Het leven van een brus

Het leven van een brus zonder vader...




donderdag 5 oktober 2000

Dag lieve Denise, je bent een kanjer!

Het was 5 oktober. Ik ging gewoon naar school, deed mijn rekensommen en speelde met klasgenoten. Ik wist niet hoe het thuis was, ik wist niet de huisarts die nacht bij ons thuis is geweest en Denise morfine heeft gegeven. Ik wist niets. Ik wist alleen dat ze ziek was en snel dood zou gaan. Na schooltijd ging ik met mijn beste vriendin naar haar huis, daar speelden we nog even tot we naar onze streetdance les mochten. Niets vermoedend danste ik vrolijk mee met de muziek. Tot opeens een moeder in de sportschool stond en me op kwam halen. Ze haalde me uit de les, zei dat ik naar huis moest komen. Verder zei ze niets. Ik dacht dat er iets ergs zou zijn met Denise, dat ze dood zou gaan en dat ik nog even afscheid kon nemen. Ik weet nog goed dat ik voorin de auto zat en dat ik vroeg wat er was. Ze zei niets, althans, niets dat er op wees wat er aan de hand was. Hoe dichter ik bij huis kwam, hoe zenuwachtiger ik werd. Wat zou ik thuis aantreffen? De auto werd geparkeerd. Ik zag dat er veel auto’s op de parkeerplaats stonden, maar er ging geen belletje rinkelen. Ik stapte de auto uit, liep naar onze voordeur en drukte op de bel. Mijn hart zat in mijn keel, ik had er totaal geen goed gevoel bij. Voor mijn gevoel leek het een uur te duren voordat de deur open werd gedaan. Ik keek niet wie er open deed, ik wilde zo snel mogelijk naar binnen, weten wat er aan de hand was. Er zat familie op de bank. Iedereen huilde. “Ga even zitten” zei papa. Ik zit zitten naast mama op de bank. Diep van binnen wist ik het al, maar toen ik papa hoorde zeggen “Denise is dood gegaan” begon ik hard te huilen. Ik kon het niet geloven, ik was boos, kwaad, bang en verdrietig. Ik kon me er eigenlijk nog niets bij voorstellen, bij de dood. Denise is dood. Dood. Ze komt niet meer terug. Ze is dood.

Ik wilde haar zien, ik wilde naar haar toe, ik wilde weten of ze wel echt dood was, dat ze geen grapje maakten. Er werd mij verteld dat Denise al om 15.15 uur is overleden, terwijl ik pas rond half 5 thuis kwam. Denise was dus al een tijdje dood. Mama ging met mij mee naar boven, naar Denise haar slaapkamer, waar ze is overleden. Ik keek naar haar. Ze zag er vredig uit. Mama zei “Zie je dat, ze kijkt gelukkig, ze lacht een beetje, ze heeft geen pijn meer!” Ik raakte haar aan, het voelde vreemd. Toch vond ik het fijn. Fijn dat Denise geen pijn meer heeft, dat ze in de hemel is bij Annemiek, een meisje die ze heeft leren kennen op de afdeling in het VU ziekenhuis. Ze kan weer spelen, ze is niet ziek meer. Toch vond ik het nog wel erg vreemd. Denise is dood, ik kan haar nooit meer in het echt zien, nooit meer horen praten. Ik kan nooit meer met haar spelen, nooit meer samen lachen, nooit meer ruzie maken... Nooit meer.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten