Het leven van een brus

Het leven van een brus zonder vader...




maandag 10 april 2006

De eerste dag zonder papa

Wat een dood normale dag had moeten worden, eindigde in een ware nachtmerrie. Helaas wat het geen nachtmerrie, maar gebeurde het echt. Het begon allemaal in de nacht van zaterdag op zondag 9 april. Terwijl ik lag te slapen, was mijn vader uit bed gegaan om een paracetamol te nemen. Hij dacht dat hij spierpijn op zijn borst had en dat het wel over zou gaan met een pijnstiller. En inderdaad, de pijn verdween en mijn vader kon weer gaan slapen. Nadat we de volgende ochtend hadden ontbeten en hadden aangekleed vertrokken we naar Deventer om op bezoek te gaan bij mijn oom, tante, neefje en nichtje. Het was heerlijk weer, mijn nichtje en ik konden zonder jas naar buiten omdat het zonnetje scheen. We gingen altijd samen wandelen, terwijl we praatten over van alles en nog wat. We liepen naar de wei waar twee grote bruine paarden stonden. Terwijl wij ze aan het bewonderen waren, liet een paard een dikke scheet terwijl ze met de kont naar ons gericht stond. We lagen dubbel van het lachen en nagenietend liepen we weer terug naar huis. Nietsvermoedend gingen we nog even op msn voordat we zouden gaan eten. "Hebben jullie lekker met de poppen gespeeld?" plaagde mijn vader toen we de huiskamer binnenstapten. Ik speelde het spelletje mee en zei: "ja, natuurlijk, en we hebben ook heerlijk met de barbies gespeeld!". Lachend gingen mijn nichtje en ik aan tafel zitten. De "volwassenen" aten in de voorkamer en de "kinderen" aten aan de keukentafel. Tijdens het eten hoorde ik mijn vader zeggen dat hij de terugweg wel naar huis zou rijden, hij had geen trek in bier. Normaal rijdt mijn moeder de terugweg naar huis, want dan kan mijn vader een biertje drinken. Maar vandaag was dit niet het geval. Misschien had mijn vader zich al niet zo lekker gevoeld. We aten patat met sla. De sla vond ik echt niet lekker, want er zaten noten in. Terwijl wij druk aan het eten waren klonk er achter ons een gesnurk. Volgens mij hadden ze het over snurken, want mijn moeder zei: "ach, doe normaal Marcel, zo snurk ik helemaal niet!". Nieuwsgierig keek ik om en zag ik mijn vader een snurkgeluid maken. Papa reageerde echter niet op wat mijn moeder zei, hij bleef maar door gaan met "snurken" terwijl hij met zijn hoofd naar achteren geslagen zat. Plotseling stond mijn moeder op. "Marcel!" riep ze. Geen reactie. Ook mijn oom en tante stonden op evenals mijn opa en oma, die toevallig even langs kwamen. "Marcel!" schreeuwde mijn moeder nog een keer, maar nu liepen de tranen over haar wangen. Nog steeds kwam er geen reactie, papa bleef maar raar doen. Wat was er aan de hand. Ik had er nog geen erg in dat er iets heel erg mis was. Paniekerig keek ik om me heen. Iedereen liep door elkaar en mijn tante belde 112. Ik was bang. Ik zag mijn vader daar op de bank, maar had geen idee wat er aan de hand was. Mijn moeder had papa ondertussen op zijn zij op de bank gelegd. Buiten klonken sirenes. Gelukkig was papa gestopt met snurken, maar al snel zag ik dat papa paars werd. Ik vond het verschrikkelijk om te zien. Ik was bang, maar wilde niets missen. Mijn broertje, neefje, nichtje en ik werden naar boven gestuurd. Voordat ik de huiskamer verliet, keek ik nog even naar mijn vader die ondertussen op de grond lag met een paars-blauw aangelopen gezicht. Terwijl ik de trap opliep besefte ik dat er iets heel ergs aan de hand was. Ging papa dood, wat had hij? De ambulance was er al snel en de mensen uit de buurt hadden zich verzameld om het huis. Mijn moeder kwam af en toe boven om te vertellen wat er gebeurde. Ze vertelde dat mijn vader gereanimeerd werd en dat er een tweede ambulance onderweg was. Het was waarschijnlijk iets aan zijn hart. Als papa stabiel was, mocht hij mee naar het ziekenhuis. Mijn opa was bij ons gaan zitten. Ik voelde me erg vreemd. Ik besefte dat papa bijna dood was, maar had vertrouwen in het reanimeren. In films zie je tenslotte ook dat ze dan weer levend worden. Ik ging er vanuit dat dat met papa ook zou gebeuren. Ik keek uit het raam en zag dat de hele wijk leeg gelopen was om te zien wat er aan de hand was. Ik wilde uit het raam schreeuwen dat ze weg moesten gaan, dat ze niet hoeven te zien hoe mijn vader lag te vechten voor zijn leven. Maar mijn opa hield me tegen en boos ging ik weer zitten. Ik wilde huilen, maar het lukte me niet. Ik wilde iedereen uitschelden, maar hield me in. Ik was bang, voelde me onzeker en was boos. Boos op iedereen, op niemand, boos op papa. Waarom deed papa ons dit aan. Ik besefte wel dat papa hier toch niets aan kon doen. Na een half uur kwam mijn moeder weer boven om te zeggen dat papa naar het ziekenhuis ging. Ik was blij en opgelucht. Dit betekende dat papa stabiel was. Al snel verdween de blijheid toen mijn moeder vertelde dat papa niet stabiel was, maar dat er een ambulance broeder bij papa op de brancard ging zitten om te reanimeren. Mijn moede ging met papa mee naar het ziekenhuis. Toen ik vervolgens weer uit het raam keek, zag ik de ambulance al weg rijden. Ik was te laat. Misschien zou ik mijn vader nooit meer levend kunnen zien. Ik wilde mijn vader graag nog een keer zien en had gehoopt dat ik hem de ambulance in kon zien gaan, maar ik was te laat. Er werd nog bozer toen ik me bedacht dat de toeschouwers hem nog wel hebben kunnen zien, terwijl zij hem niet eens kennen. Boos liep ik naar beneden, nadat mijn tante ons had geroepen. Ze waren nog druk bezig om de troep op te ruimen. Mijn nichtje en ik gingen weer naar buiten. In shock liepen we weer naar de paarden, in de hoop dat zij ons zouden kunnen laten lachen, net als die middag. We vertelden elkaar hoe we over de situatie dachten. Angst, woede en verdriet klonk in onze stemmen, maar nog steeds was ik ervan overtuigd dat papa het zal redden. Ik bedacht me dat papa tussen hemel en aarde zweefde. Dat hij mijn zusje kon zien in de hemel, maar ons ook kon zien. Had Denise hem nodig, vroeg ik me af. Denise zal papa toch wel weer terug naar ons sturen, als ze ziet wat voor verdriet dit ons aandoet? Maar toen we terugliepen ging ons mobiel af. Mijn nichtje nam op. "Willen jullie thuiskomen?" klonk er door de telefoon. Nog nooit deden deze worden mij zoveel pijn. We renden naar uis, we moesten nog een heel stuk, maar namen geen pauze. Ik had een vermoeden, maar toch verrasten de woorden me. "Je vader is overleden!" zei mijn tante toen we binnen waren. "Papa is dood?" dacht ik "dat kan niet.". Ik zakte in elkaar en kon alleen maar denken aan de woorden die zonet mijn oren binnen stroomden. Ik lag daar op de grond en op een gegeven moment begon ik te schreeuwen. Hoe mijn nichtje op dit schokkende nieuws reageerde weet ik niet meer. Ik weet wel dat we allemaal heel erg moesten huilen toen we naar het ziekenhuis reden. Eerst moesten we daar in de wachtkamer wachten, voordat we naar papa mochten. Toen mijn moeder de wachtkamer binnen liep sprong ik in haar armen en mijn broertje voegde zich erbij. We huilden alle drie. Ik kon me niet voorstellen dat we net onze vader waren verloren en we dus voortaan met z'n drieën verder moesten. Eindelijk mochten we naar papa. Hij lag in bed en het leek net alsof hij sliep, toch was ik geschokt, omdat ik wist dat hij niet sliep. Ik kroop tegen hem aan en huilde. Ik klampte me vast aan het laatste restje leven wat hij nog had, zijn warmte. Langzaam werd hij koud. Achter zijn oren bleef het langste warm en daar genoot ik van. In de loop van de avond kwamen familieleden langs die het verschrikkelijke nieuws hadden gehoord. Iedereen had verdriet en staarde vol ongeloof naar mijn vader die daar roerloos in bed lag. Ik voelde al direct een soort gemis en een verlies van toekomstdromen. Ik zou nooit meer kunnen praten met papa, nooit meer kunnen stoeien, nooit meer papa zeggen tegen iemand die kan antwoorden, gewoon nooit meer…Ik voelde me ongelukkig als ik naar papa kreeg, ik weet niet waarom, maar dat gevoel besloop me. Ik was bang dat ik mama zou verliezen, of dat ze depressief zou worden en haar op die manier kwijt zou raken. De avond ik het ziekenhuis verliep verder in een roes. Alles gebeurde en ik kon alleen maar huilen. Toen ik even buiten stond was er een man aan de telefoon die vertelde dat hij net vader was geworden. Ik besefte dat de wereld niet stil stond, maar verder draaide, al voelde het voor mij dat hij stil stond. De één werd vader en de ander was hem net kwijt.
Nog steeds heb ik duizenden vragen waar ik geen antwoord op kan krijgen. Ik kan nog steeds niet geloven dat papa niet meer terug komt. het troost me dat papa en Denise weer samen zijn, al had ik ze liever bij me gehad. Het is nu 4 jaar geleden, maar nog steeds mis ik hem en lijkt het alsof ik hem vorige maand nog hem gezien. Ik kan zijn stem nog horen. Ik mis hem, ik mis mijn vader, ik mis een vader. Toch ben ik dankbaar voor het leven dat ik met hem mocht hebben.
Dank je lieve pap!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten