Het leven van een brus

Het leven van een brus zonder vader...




woensdag 28 maart 2012

Spanning en stress door angst vertraging met het openbaar vervoer...

De hele dag spookt al door mijn hoofd of ik de reis wel goed heb uitgestippeld, moet ik niet toch nog een half uur eerder weggaan? Met al die spullen is overstappen namelijk een kriem. "Nee," bedenk ik me "een uur eerder dan mijn eigenlijke reisadvies is wel heel erg overdreven, ik ga al een half uur eerder dan dat de site van de NS me zegt." Ik besluit dat een half uur eerder dan gepland te vertrekken, zodat ik nog wel iets speling heb. Bepakt en bezakt sjouw ik me een weg naar de bushalte. De bus komt netjes op tijd aanrijden, tot nu toe loopt alles op gesmeerd. Ik waan me een weg naar binnen, drie tassen, ik zelf en mijn ov-chip kaart die ik op de een of andere manier voor de kaartlezer moet houden. "PIEP" zegt het ding, gelukkig. Ik loop door, leg mijn spullen weg en ga zitten in de bus. De bus rijdt verder. Nog steeds spookt steeds door mijn hoofd of ik de overstap van drie minuten wel ga halen. Normaal haal ik hem zelden door stoplichten die tegenzitten, wegwerkzaamheden, stoppen bij iedere halte en openstaande bruggen. Ik voel de spanning en hoop dat de bus nu gewoon door kan rijden. De bus remt af, ik probeer naar voren te kijken, waarom de bus zo langzaam rijdt. Werkverkeer, fijn. Dat kost de eerste minuut. Ik houd goed het schermpje in de bus in de gaten, waarop de verwachte tijden op staan van aankomst bij de halte. Als we eindelijk weer door rijden, zie ik dat we inderdaad maar één minuutje gemist hebben, het is nog prima te halen. Het is winter, maar het tweede knelpunt staat op me te wachten. De brug, hij gaat open, de bus moet stoppen. We wachten tot de boot in slakkenvaart door de sluis vaart. Ik zie de tijd wegtikken, één minuut, twee minuten, vijf minuten. Eindelijk zie ik de brug weer zakken, de slagbomen gaan weer open en iedereen wil de rotonde op. Het schiet niet op, maar uiteindelijk zijn wij ook aan de beurt. De aansluiting met de trein kan ik wel vergeten. We rijden door naar het station. Stiekem hoop ik dat de trein iets vertraging heeft en nog staat te wachten, maar ik zie hem al weg rijden. Bij het station aangekomen, moet ik 25 minuten wachten op de volgende trein. Ik sleep al mijn spullen mee naar een bankje en ga er zitten, in de kou, want er is geen plek om warm te zitten. Wat moet ik toch doen in 25 minuten. Ik wil graag mijn batterij van mijn telefoon sparen, die heb ik misschien nog nodig voor noodgevallen. Ik besluit om mijn avontuur met het openbaarvervoer maar op te schrijven. Dat maakt het wachten wat aangenamer. Inderdaad, de tijd vliegt om en de trein komt aanrijden. Ik pak al mijn spullen weer op, til ze de trein in en ga helemaal voorin zitten. Het is half vijf. Ik ben al anderhalf uur onderweg met een stukje waar je met de auto een half uur over doet.
Anderhalf uur en ik ben nog maar in kampen. Toch zit ik niet ontspannen in de trein, want het derde knelpunt staat op me te wachten. Ik bedenk me steeds, was ik nu toch maar nog een half uur eerder weggegaan...Ik heb vijf minuten de tijd om met mijn 30 kilo aan spullen te rennen van de ene kant naar de andere kant van het station te rennen. Mijn half uur speling heb ik al verspild tijdens mijn vorige overstap, daarom moet ik die volgende trein echt halen, anders kom ik te laat. De trein rijdt, ik kijk naar buiten. Waar maak ik me eigenlijk druk om. Al die stress voor iets waar ik eigenlijk niets aan kan doen. Maar ik wil niet te laat komen. Ik zie Zwolle verschijnen, ik ga maar alvast staan met al mijn spullen, zodat ik snel de trein uit kan. Mijn rugtas op mijn rug, snowboard aan mijn schouder en trolly in mijn hand. Daar sta ik daan, super gestresst in de startblokken om een sprintje naar spoor zeven. De trein remt af. Als de trein is gestopt, druk ik op het knopje dat de deuren openen en zodra het spleetje breed genoeg is zodra ik er doorheen kan, wurm ik me een weg naar buiten. Ik start mijn sprint, langs het lange spoor één, 42 treden de trap op. Boven ben ik moe, maar tijd om uit te hijgen heb ik niet. Ik ren door. Ik wordt gebeld, ik neem niet op, ik ren door. Daar is spoor zeven, ik vlieg de trap af. Tot mijn grote opluchting zie ik de trein nog staan. Hij heeft zijn deuren nog open staan, alsof hij me met open armen ontvangt. Ik stap de trein in en voel ineens de rust. De spanning ebt weg. Ik adem diep in en ga zitten. Wat een opluchting van stress dat eigenlijk niet eens nodig is. De trein vertrekt. Ik zit er in en ik kom op tijd.



Dit heb ik al een aantal weken eerder geschreven in mijn agenda, en wilde het graag nog plaatsen. Nu ik dit weer zo opschrijf, kan ik de trein vergelijken met mijn studie. Een strijd om mijn diploma in Juli te halen, tegenslagen krijgen, maar gewoon door gaan, omdat ik perse wil. Terwijl ik er eigenlijk niets aan kan doen of aan kan veranderen. Helaas loopt mijn studietrein niet zo goed af en moet ik verder met vertraging.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten