Het leven van een brus

Het leven van een brus zonder vader...




zondag 29 april 2012

De trap naar je hart


Het is koud buiten, de zon is ver te zoeken en de lucht is dreigt met haar wolken. Ieder moment kan er zomaar een bui op mijn hoofd vallen. Maar dat maakt me niet uit. Ik stap op de fiets, heb behoefte aan de zee. Nu ik in zeeland ben wil ik er graag heen. Vandaag is de dag dat het kan, dus ik ga gewoon. Het is maar vijf kilometer fietsten, de paar spettertjes die de wolken perongeluk lieten ontsnappen, maakten stipjes op mijn broek. Meer niet. Het ruikt heerlijk buiten. De geur van de lente. Ik weet niet hoe ik het moet omschrijven, maar het doet me denken aan vroeger. Dat we samen speelden in het bos, nadat het heeft geregend. De geur van de schoolkampen. Ik vind het lekker ruiken, het voelt fijn.
Ik stal de fiets in het dorpje, loop door het winkelstraatje en na in alle winkeltjes gesnuffeld te hebben, vind ik het tijd voor het strand. Er is net een flinke regenbui gevallen, dus het zand zal wel nat zijn, maar dat maakt me niet uit. Ik loop richting de duinen. Ik bewonder de natuur, zie hoe duinen zich presenteren in het zeelandse landschap. Ik luister. Ik hoor het water. Het geluid klinkt nog precies hetzelfde als in mijn herinnering. De duinen komen dichterbij. De trap verschijnt en wijst de weg naar de zee. Ik kan de zee nog zien, diep van binnen weet ik hoe het eruit zal zien, hoe het zal klinken, hoe het zal voelen, maar toch is het een verassing. De trap houdt het zicht nog even verborgen. Eerst moet ik klimmen, naar boven. Trede voor trede. Ik vertrouw op de treden, wil blindelings naar boven lopen, maar al snel blijkt het niet te lukken. Ik wil te snel, maar de treden zijn niet gelijk en bijna struikel ik. Ik moet rustiger aan. Ik moet mijn passen aanpassen op de treden van de trap. Dat doe ik dan maar, ik loop voorzichtig naar boven. Voetje voor voetje, soms één stap op een trede, soms twee stappen. Ik moet goed blijven opletten, want als ik dat niet doe en ik vertrouw op wat ik ben gewend, gaat het misschien wil mis. Ik voel de spieren in mijn benen, maar eenmaal boven is het weg. Ik zie de zee. Ik zie hoe de zee met haar ruige golven het land streelt. Ik bewonder het uitzicht. Ik zie de horizon. Ik verbaas me steeds weer over het feit dat het achter de horizon niet stopt, maar dat het verder gaat. Er is leven daarachter, maar dat zien we niet.
Ik loop naar het water, de wind is hard, ik voel hoe het door mijn haren waait. Ik adem diep in, ik voel hoe de kracht van de zee mijn lichaam binnenstoomt. Het is nog een beetje te koud om in het water te gaan, maar de golven doen hun best om mij aan te raken. Ik bewonder de
zee. Steeds weer. Geen wonder dat ik graag naar de zee op vakantie wil. Deze zomer mag ik vijf weken naar de zee. Ik verheug me er nu al op.
Ik teken een hard in het zand, want ik heb vandaag gelezen dat ALLES in het leven draait om liefde. Liefde voor de natuur, liefde voor elkaar, liefde voor papa en liefde voor Denise. Alles is liefde.
Ik loop weer terug naar de duinen. Ineens zie ik de zon, de blauwe lucht. De zon duwt de zware wolken terug naar de zee. De kracht van de natuur. Ik moet de trap weer af, wetend dat de treden niet gelijk zijn. Stapje voor stapje, niet te snel, met de zee achter mijn rug, de zon op mijn hoofd en de frisse lucht in mijn lichaam. Deze kracht ontvang ik met liefde.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten