Het leven van een brus

Het leven van een brus zonder vader...




donderdag 19 april 2012

De wereld gaat door

Het was al elf uur in de avond, mijn ogen voelden zwaar en mijn riep me. Ik was net klaar met werken en dacht snel naar bed te gaan. Het was een rustige avond in het verzorgingshuis, het begon als een dienst zoals iedere keer. Ik merkte dat mijn stem steeds slechter werd, naarmate ik bij meer bewoners kwam. Mijn keel doet zeer, maar ik heb mijn stem echt nodig in de zorg, dus ik werkte door, praatte door en dronk veel water om de keelpijn te verzachten. Om elf uur was ik blij dat ik naar huis mocht. Toen ik mijn spullen inleverde en wilde overdragen, hoorde ik dat er een bewoonster was overleden. Een bewoonster waar ik in het begin van de avond een uur ben geweest. Ze lag al slecht, een aantal weken en sinds gister had ze een morfinepomp. Toen ik kwam was ze haast niet aanspreekbaar, maar ze reageerde wel op aanraking. Voor haar hoopte ik dat ze snel zou overlijden. Al meer dan 3 weken zat ik regelmatig aan haar bed, aan te horen hoeveel pijn ze had. Ze was sterk. Ze ging niet, terwijl ze wel wilde. Nu is ze eindelijk verlost, ik ben blij voor haar. Maar toch raakt het me. Natuurlijk raakt het je als er iemand overlijdt. Ik denk aan de familie, aan alle dingen die geregeld moeten worden. Aan het verdriet. Normaal gesproken doet het veel minder met me. Natuurlijk raakt het me wel, maar neem ik het gevoel niet mee naar huis. Nu wel. Het is al 12 uur in de nacht. Ik kan niet slapen. Ik moet het kwijt en aangezien ik alleen ben, geef ik mijn mega Knuffelkonijn een knuffel en schrijf ik het op.
Toen ik na mijn dienst naar huis fietste regende het heel hard. Ik fietste door, verstopt in mijn jas, schuilend voor de regendruppels. Ik dacht aan de dood, aan de hemel, aan papa en Denise. Ik schrok van een fietsers zonder licht, die opeens uit een steegje fietste. Ik voelde hoe mijn hart zich een weg zocht in mijn lichaam. Ik fietste stevig door, keek nog even achterom of de fietser achter me fietste. Gelukkig, dat deed hij niet. Ik fietste door, dacht aan de vieze regen die mijn broek nat maakte en mijn benen koud. Ik was blij dat ik even onder een viaduct door fietste. Ik zag hoe drie vogels onder de brug onderdak vonden. Ze keken me aan toen ik zo haastig langsfietste. Ik zag hoe iemand onder de paraplu de honden uitlaatte. Ik besefte dat iedereen die ik zag leefde. Iedereen deed zijn ding om het leven zo aangenaam mogelijk te maken. Ik fietste snel om zo min mogelijk nat te worden, de vogels schuilden onder de brug, de man onder de paraplu. De bewoonster die morfine kreeg voor de pijn. Het draait om overleven.  De wereld draait niet meer voor de overleden bewoonster, haar leven staat stil, maar ons leven gaat verder. Mijn leven gaat door. Daar ben ik dankbaar voor.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten